Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 9 november 2020

bijdrage D66 begrotingsvergadering november 2020

Mijnheer de Voorzitter,

Donkere tijden, de CORONA-crisis slaat toe, overal, worldwide.

De maatschappelijke gevolgen, in Nederland, ook in Laren, zijn nog nauwelijks geheel te overzien. Alles dient nu uit de kast gehaald om acuut in te grijpen, qua gezondheidszorg, en zeker ook om de sociale en economische problemen het hoofd te bieden.

De crisis is van een dergelijke omvang dat traditionele bestuursinstrumenten alleen nu ver
tekortschieten. Een gecoördineerde aanpak lokaal, nationaal en vooral ook Europees dringt zich op. Dat is ook in den Haag goed doorgedrongen, en worden nu onorthodoxe middelen aangewend die tot voor kort onbespreekbaar waren. De geldkraan wordt “for the time being” wijd opengezet.

Ook wij, hier in Laren, nog steeds verantwoordelijk voor een verantwoorde begroting, moeten kennelijk buiten de gebaande paden gaan lopen. Vandaar het voorstel van dit College ons in de komen 2 jaar tevreden te stellen met rode cijfers, maar die, zo wordt gesteld, in de jaren daarna zullen worden goed gemaakt.

Onze fractie is bereid die realiteit onder ogen te zien. Maar daar geldt wel een toevoeging: de Larense financiën zijn al een aantal jaren zorgenkind. Niet alleen de Provincie maar ook de accountants, van bijv. BDO, rangschikken Laren al tijden in de onderste regionen van de financiële prestaties van de gemeenten onder 30.000 inwoners in Nederland. Daar staat CORONA echt buiten. En ook de alsmaar uitdijende uitgaven voor het Sociaal Domein – ook een probleem dat alle gemeente treft- zijn daarvoor niet de eerste verklaring.

Laten we wel wezen: Laren leeft al jaren op te grote voet. Met als gevolg dat naast het afkalven van de Algemene Reserve – nu duidelijk onder het wettelijk minimum – de OZB voortdurend als melkkoe moet dienen om de zaken weer dicht te knopen. Met als gevolg dat de woonlasten, dus incl. rioolheffing etc., tot de hoogste van Nederland behoren.

Ter illustratie zouden we het op prijs stellen wanneer het College vandaag de feitelijke ontwikkeling van de OZB-heffing in Laren gedurende de laatste vijf jaar eens op een rijtje zou zetten, en daaraan toe te voegen haar cijfermatige projecties voor de duur van de nu voorliggende meerjarenraming. We vermoeden dat dat klare taal oplevert, ondanks eerdere plechtige beloftes van de huidige, en vorige coalitie, de OZB, afgezien van de inflatiecorrectie, NIET te verhogen.

Straks nog iets meer betreffend diezelfde OZB.

Mijnheer de Voorzitter,

De ARHI-discussie heeft vooralsnog een afloop gehad die strijdig was met onze opvattingen. Het zij zo. Maar we blijven grote moeite houden met de pretentie van dit college, toegegeven: gesteund door de grote meerderheid van deze raad, dat de feitelijke bestuurlijke gang van zaken hier een overtuigende rechtvaardiging oplevert voor de zelfstandige status van deze gemeente.

Wanneer we zo doorgaan zal, naar onze vaste overtuiging, de wal het schip alsnog keren.  Uitbesteding van belastingtaken zal daarvoor op termijn niet voldoende soelaas bieden, noch een verdere opschoning van de bestuursstructuur van de BEL-Combinatie, hoe noodzakelijk op zich ook.

Vooraleer we zo dadelijk toe komen aan de vermeende merites van de begrotingsvoorstellen, allereerst toch een compliment aan dit College, in casu de competente wethouder. Ondergetekende neemt vandaag -ik meen- voor de 11de keer deel aan een begrotingsraad. Ik herinner me van al die keren niet eenmaal een zo grondige voorbereiding van dergelijke bijeenkomst dan die van vandaag. Het valt niet te ontkennen dat het College dit jaar een uiterste inspanning heeft gedaan om via een open dialoog de raad zoveel mogelijk te betrekken bij haar voorbereiding van de nu voorliggende stukken.

De raad heeft die handschoen ook opgepakt, met als gevolg dat een serie suggesties van die zijde voor beleidsaanpassingen nu door het College zijn meegewogen. Het heeft er tenminste de schijn van dat de laatsten -coalitie EN oppositie – nu meer ernstig worden genomen; een goede les na de pijnlijke verwikkelingen, in het kader van het Brinkplan, tussen college en raad afgelopen zomer. Hulde!

Maar het zal u niet verbazen dat daarmee onze complimenten richting college ophouden.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de begrotingvoorstellen van vandaag zijn, wat ons betreft, ondermaats. De kern van de zaak is dat er geen enkele garantie bestaat dat de rode cijfers die we in de komende twee jaar kennelijk moeten gaan schrijven, in de twee daaropvolgende jaren zullen zijn goed gemaakt.

Ter gelegenheid van de laatste brainstorm van college en raad presenteerde de wethouder een aantal beleidsvoornemens om juist dat perspectief ten minste op middenlange termijn te bereiken. Alles nu overziende is de conclusie duidelijk: niet meer dan wishful thinking!

Een paar voorbeelden:

HET SOCIAAL DOMEIN, de belangrijkste factor voor het begrotingsdeficit. Terecht wordt 190.000 als risicoparagraaf aangemerkt –immers een open einde -regeling. Niettemin, een relatief klein bedrag, dunkt ons. Er worden weliswaar beleidswijzigingen aangekondigd, maar op zijn vroegst in 2024 wordt met een eerste reële bezuiniging van 2 tot 3 ton gerekend. En dat alles onder de aanname dat de ontwikkeling van de uitgaven, ondanks alles niet verder uit de hand lopen; een reëel risico in deze coronatijden. Kortom: ook hier liggen budgetverlichtingen niet voor de hand.

Dat zal de coalitiepartner VVD teleurstellen die nog kortgeleden hier een taakstellende bezuiniging van 5 ton voorstelde, om de koe nu echt bij de horens te pakken en niet jaarlijks geconfronteerd te worden met nieuwe tegenvallers. Daarvan is in deze voorstellen geen spoor terug te vinden.

Nog een voorbeeld: het RAADHUIS. Het College zegt toe het Raadhuis mogelijk te willen afstoten. Uitstekend idee. Kan aanzienlijke structurele besparingen opleveren. Maar geen idee hoeveel, laat staan een aanwijzing wanneer e.e.a. zal kunnen worden verzilverd. Dus nauwelijks relevant voor de discussie van vandaag.

Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de mooie intenties van het college het uiterst stroeve dossier “Hart van Laren”, al of niet in relatie tot de toekomstige huisvesting van het gemeentebestuur, nu eindelijk eens in rustiger vaarwater te brengen. Geheel onze steun. Sterker nog: onze fractie dringt al sinds jaren aan hier ingrijpende veranderingen door te voeren, incusief mogelijke verhuizing van de raad naar Brinkhuis dan wel Eemnes. Maar vooralsnog slechts goede bedoelingen, concrete bindende conclusies komen kennelijk later, bij voorkeur na maart 2022 mogen we aannemen, onder het mom “apres nous le deluge”.

We komen niet om de conclusie heen: er zullen meer dwingende commitments op tafel moeten komen, en wel op korte termijn, om van een geloofwaardig begrotingsbeleid dat meerdere jaren omvat te kunnen spreken. Hetgeen overigens niet weg neemt dat we op specifieke onderdelen wel degelijk ons akkoord kunnen geven, waar het maatregelen betreft die in de categorie  “Sober organiseren” en “Lokale maatregelen” worden voorgesteld . Het terugbrengen van de bijdrage aan de BEL is daarvan een goed voorbeeld, en ook het schrappen van het budget voor cameratoezicht en het verminderen van de uitgaven voor onderhoud openbare ruimte, spreekt ons aan.

Ook de uiterst pijnlijke beslissing om de subsidies voor SINGER LAREN, Het HART van LAREN en de BIBLIOTHEEK  vanaf 2022 te verminderen met 20 – resp. 10%, is voor ons op zich begrijpelijk. Zeker wanneer in acht wordt genomen dat in het geval van de eerste twee op korte termijn een eenmalige financiele injectie wordt voorzien in het kader van het CORONA-fonds. Toch ook hier een belangrijk caveat onzerzijds: dergelijke vergaande bezuiniging veronderstelt natuurlijk wel uitputtend vooroverleg met betrokkenen. Kennelijk heeft het daaraan ontbroken, als we bepaalde correspondentie mogen geloven.

Daarom ons verzoek aan het college, vandaag neergelegd in motie: beschouw besluitvorming in deze nu slechts als principiële overeenstemming tussen college en raad, en maak uitvoering ervan afhankelijk van nader overleg met betrokkenen, rekening houdend met mogelijk gunstige toekomstige budgettaire ontwikkelingen, bijvoorbeeld samenhangend met financiele  transfers vanuit den Haag .

Nu, met uw toestemming Mijnheer de Voorzitter, nog even terug naar de belangrijkste autonome inkomstenbron van de gemeente de OZB. We constateerden al, gezien de gehanteerde cijfers in de afgelopen jaren, dat er weinig reden is de vlag uit te steken wanneer we naar de toekomst kijken. Wat ons bijzonder intrigeert is de projectie van het College dat we tegen het jaar2024 een overschot op de begroting kunnen verwachten vanX, d.w.z. een stijging met Y in vergelijking met het jaar daarvoor Waar stoelt dat optimisme op?

Komt er dan plotseling manna uit de hemel vallen of wordt tegen die tijd de OZB-kraan nog eens volledig opengezet? Toegegeven, we zijn dan ver voorbij het mandaat van dit college, maar wanneer nu al kan worden vastgesteld dat haar opvolgers met een dergelijk perspectief worden opgezadeld, kan moeilijk worden gesproken van goed rentmeesterschap.

Nu de kwestie van de berekeningsmethode van de procentuele verhoging van de OZB, in casu de parameters die gehanteerd werden voor kalenderjaar 2020. Het college, bij monde van de wethouder, heeft de laatste weken geen gelegenheid onbenut gelaten om duidelijk te maken dat in deze correct is gehandeld en dat van enige tegemoetkoming achteraf ten gunste van de inwoners geen sprake kan zijn.

Met alle respect, dat stelt ons in hoge mate teleur. Immers, het College bestrijdt niet dat de feitelijk gehanteerde percentages niet conform de werkelijke criteria zijn vastgesteld. Vergeeft u me de techniek Voorzitter, maar enige uitleg is hier nodig. In november 2019 werd op grond van de toen beschikbare gegevens uitgegaan van een gemiddelde waardestijging van de Larense woningen met 5%, en werd het tarief conform aangepast. Een eventueel verdere correctie op grond van geactualiseerde gegevens, letterlijk toegezegd door, werd vervolgens niet toegepast. En dat terwijl de Waarderingskamer op 11 februari van dit jaar , dus ruim 2 weken voor de deadline van 28 februari , liet weten dat de werkelijke gemiddelde waardestijging 10,6 punten bedroeg.

Het niet aanpassen van het tarief op grond van die 10,6 -dus in plaats van de eerder genoemde 5%-  betekent niets anders dan dat aanslagen ten laste van woningbezitters hoger zijn uitgevallen dan, conform de regels,  zou zijn gerechtvaardigd.

Natuurlijk, gedane zaken nemen geen keer, de bureaucratische rompslomp doet soms naar adem happen, maar toch. Wij insisteren vandaag, middels een uitspraak van deze raad, op ons verzoek, in het kader van de nu aan de orde zijnde vaststelling van de OZB, de onvoordelige uitkomst van vorig jaar voor de woningbezitters alsnog te corrigeren.

Daarmee sluiten we af, Mijnheer de Voorzitter. We zien vandaag uit naar een boeiende, en ook wat ons betreft, constructieve discussie, met slechts EEN doel voor ogen: de belangen van ons prachtige dorp dienen, zeker in deze ongekend moeilijke tijden.

Ik dank u Mijnheer de Voorzitter.

Nico WEGTER

D66 fractie

——————————————————————————————-
aanvulling buiten de vergadering om
De drie kengetallen die aangeven hoe een gemeente er financieel voorstaat: alle signalen staan op rood (zie ook BDO onderzoek
netto schuldquote 145%   (boven 130 is meest risicovol)
solvabiliteit12,1% (ver onder de kritische grens van 20)
structurele exploitatieruimte  -1,4 %  ( bij nul komt er even veel geld binnen als eruit gaat)

 

 

Solvabiliteit is de mate waarin een gemeente in staat

is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Deze wordt berekend op basis van het eigen vermogen

en de totale bezittingen van de gemeente. Hoe hoger

de solvabiliteit, des te groter de buffer die gemeenten

hebben om tegenvallers op te vangen. Solvabiliteit is een

belangrijke graadmeter voor de financiële gezondheid

van gemeenten.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van

de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de

totale baten. Het geeft een indicatie van de mate waarin

de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie

drukken. Een laag percentage is veelal gunstig. Omdat bij

leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden

terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief

(gecorrigeerd) als exclusief de doorgeleende gelden.

 

Structurele exploitatieruimte: hoe besteden we onzemiddelen? Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welkeruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke stijging van de baten of daling van de lastendaarvoor nodig is. Met name de toekomstverwachtingenkomen hierbij in beeld.

Bdo onderzoek (slechts 4 kleine gemeenten van de 130 doen het slechter dan Laren)